Invullen

De supportmedewerkers van de KringloopWijzer krijgen regelmatig dezelfde vragen. Om u te helpen met het invullen van de KringloopWijzer zetten we een aantal veelgestelde vragen en antwoorden op een rij.

Voor u begint

Op de homepage van www.mijnkringloopwijzer.nl vindt u een inlogbutton (KringloopWijzer invullen). Om in te loggen in de Centrale Database KringloopWijzer moet u in het bezit zijn van eHerkenning met minimaal betrouwbaarheidsniveau 2+, zie ook www.eherkenning.nl. Zonder eHerkenning kunt u NIET inloggen. eHerkenning is het hulpmiddel waarmee u ook inlogt bij mijn.rvo.nl.

Indien er een  bedrijfswijziging  is geweest, dan betekent dit dat uw nieuwe bedrijfsgegevens (KvK en BRS) aan de oude gegevens van het bedrijf gekoppeld dienen te worden. U kunt daarna inloggen met uw nieuwe eHerkenning. Het is niet mogelijk een nieuw account aan te maken. Deze situatie is van toepassing als een bestaand bedrijf in technische zin wordt voortgezet. De Centrale Database KringloopWijzer  volgt de werkwijze voor bedrijfswijzigingen van uw zuivelorganisatie.  U kunt de bedrijfsgegevens laten wijzigen door een mail te sturen naar support@mijnkringloopwijzer.nl. Hierin vermeldt u het KvK-nummer en het relatienummer bij RVO van zowel uw oude als uw nieuwe bedrijf, met daarbij het UBN.

U heeft een aantal gegevens nodig om de KringloopWijzer over 2017 te kunnen invullen. Zo heeft u vóór 1 januari 2018 de mogelijkheid om de inhoud op te meten van bestaande gras- en maiskuilen en hiervan BEX-waardige monsters te nemen. Daarnaast moet u op 31 december 2017 de voorraden van voeders, meststoffen en dierlijke mest hebben bepaald. Veel van de onderliggende  gegevens kunnen automatisch in de KringloopWijzer geladen worden. De overige data voert u zelf handmatig in. U kunt in deze folder meer informatie vinden over de diverse uit te voeren acties gedurende het jaar.

Als u de KringloopWijzer gebruikt om BEX- en/of BEP-voordeel aan te tonen dan bent u verplicht om BEX-waardige kuilmonsters te nemen. Daarnaast roepen de partners binnen de KringloopWijzer (LTO, NZO, Nevedi en VLB) alle melkveehouders dringend op om kuil- en grondmonsters op te nemen. De juistheid van de data zorgt er namelijk voor dat de KringloopWijzer zijn waarde als managementinstrument krijgt voor u als melkveehouder.

Als ingroeiscenario en om praktische knelpunten te voorkomen wordt de volgende lijn gehanteerd:

-  Per 1 januari 2016 zijn bedrijven die hun bedrijfsvoordeel moeten aantonen (BEX/ BEP) verplicht tot het nemen van kuil- en grondmonsters.
-  Alle overige bedrijven kunnen kuil- en grondgegevens hanteren die niet op bemonstering berusten, maar wel de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderen. Dit kan door een inschatting te maken van de omrekening van m3 naar kg droge stof. Meer daarover leest u in het Handboek Melkveehouderij. Vervolgens is de CVB voedertabel te gebruiken voor algemene normen.
- De partners (LTO, NZO, VLB en Nevedi) stimuleren het nemen van kuil- en grondmonsters en benadrukken het belang van een volledig en met juiste data ingevulde KringloopWijzer.

Indien er geen grondmonsters zijn genomen kunt u in de Kringloopwijzer bij het  onderdeel ‘bodem’ invullen dat alle hectares gras- en bouwland in de categorie ‘fosfaat hoog’ vallen. Uw plaatsingsruimte voor fosfaat is daardoor lager, als bij de analyse van de bodem blijkt dat de toestand van de bodem in de categorie neutraal of laag valt.

U kunt uw voeradviseur of bedrijfsadviseur vragen om de KringloopWijzer met u in te vullen en vervolgens de uitkomsten te interpreteren. Zij kunnen de inhoudelijke kennis leveren. De Technische Helpdesk van de KringloopWijzer biedt deze ondersteuning niet.

 

Met de knop 'Overnemen' kopieert u van het betreffende scherm gegevens die weinig veranderen of eindvoorraden van het vorige jaar door naar de gegevens en  beginvoorraad van het jaar waarmee u werkt. Indien nodig wijzigt u bepaalde gegevens nog. Eventueel ingevulde gegevens worden bij het overnemen overschreven, dus het is handig om deze actie als eerste bij een scherm uit te voeren.


Voor het indienen van de KringloopWijzer 2017 is het niet mogelijk om elders ingevulde KringloopWijzers met behulp van een importfaciliteit in te lezen in de Centrale Database KringloopWijzer. Vanuit het veld krijgen we hier vragen over, omdat er geen verschil is tussen het invullen en indienen van de KringloopWijzer 2017 in de Centrale Database KringloopWijzer en een elders ingevulde KringloopWijzer. Gedeeltelijk is dit correct. ZuivelNL heeft namelijk met Wageningen University & Research (WUR) afspraken gemaakt dat er nimmer een verschil mag ontstaan tussen de versies van de rekenmotor welke gebruikt worden in de Centrale Database KringloopWijzer, de WUR stand alone en via WUR beschikbaar gesteld aan andere partijen . Verschillen in resultaten van de berekeningen blijven, ondanks het gebruik van dezelfde versie van de rekenkern, mogelijk als gevolg van verschillen in geautomatiseerde en handmatige invoer van gegevens.

ZuivelNL en de samenwerkende partijen (NZO, LTO, Nevedi en VLB) gaan in 2018 het privaat borgen van de KringloopWijzer en toetsen in een pilot of voldaan kan worden aan de voorwaarden van LNV, NVWA en RVO. Het privaat borgen van de KringloopWijzer is voor LNV een harde voorwaarde voor het geven van beleidsruimte aan melkveehouders die in de toekomst de keuze willen maken voor bedrijfsspecifieke in plaats van forfaitaire waarden. Het controleren van de volledigheid en juistheid van alle invoergegevens maakt onderdeel uit van een private borging. Bij het inlezen van elders ingevulde KringloopWijzers in de Centrale Database KringloopWijzer is het voor ZuivelNL onmogelijk om de nodige checks op de ingevoerde gegevens uit te laten voeren door een controleur. Overigens biedt de Centrale Database KringloopWijzer nu al een webservice waarmee, na machtiging van een melkveehouder, een XML-file met invoergegevens kan worden opgehaald voor rekenprogramma’s van andere partijen voor o.a. het opstellen van een bemestingsplan.

Instellen van machtigingen en datakoppelingen

Zowel de machtigingen voor uw adviseur(s) als de datakoppelingen kunt u instellen bij de eerste keer dat u inlogt op de Kringloopwijzer. Het is ook mogelijk dit in een later stadium te doen via het machtigingenmenu. Hiervoor is een handleiding opgesteld, welke u hier kunt vinden.

Hiervoor zijn meerdere opties. De eerste optie is dat u zelf met eHerkenning inlogt, en een adviesorganisatie u verder ondersteuning geeft. Een tweede optie is dat u rechtsboven op de knop ‘Machtigingen’ klikt en vervolgens ‘Overzicht machtigingen’ kiest. Onderaan dat scherm kunt u een adviesorganisatie toevoegen, die uw gegevens naar keuze mogen inzien, beheren (dus ook invullen) en elektronisch mogen opvragen. De adviesorganisatie logt dan zelf met eHerkenning in, ook bij de volgende opties. De derde optie is dat u na aanklikken van ‘Machtigingen’ kiest voor ‘Volmacht’. In dit geval geeft u aan één adviesorganisatie een volmacht (u kunt het zoekveld gebruiken om een organisatie te selecteren). De gevolmachtigde organisatie kan dan precies hetzelfde wat u als veehouder kunt. Heeft u bijvoorbeeld geen computer dan heeft u een vierde optie. U kunt dan met een adviesorganisatie dit formulier invullen en verzenden naar de Helpdesk, die dan de volmacht voor u en uw adviseur inregelt.

Uw leverancier moet zichzelf aanmelden bij de KringloopWijzer. Geef uw verzoek om te koppelen door aan de voorlichter of adviseur van de leverancier. Uw leverancier kan contact opnemen met de KringloopWijzer via koppelingen@mijnkringloopwijzer.nl. Wanneer de leverancier is toegevoegd, kunt u in het machtigingenscherm de datakoppeling toevoegen. Dit geldt ook voor leveranciers uit België en Duitsland.

Voor het instellen van een machtiging gaat u naar mijn.rvo.nl. In uw persoonlijke dossier kunt u ZuivelNL (KringloopWijzer) machtigen om uw gegevens op te halen bij RVO. Voor het instellen van het inlezen van de perceel- en VDM-gegevens zijn instructies geschreven. Deze vindt u hier.

U kunt als leverancier een datakoppeling met de Centrale Database KringloopWijzer realiseren. Daardoor kunnen uw klanten gegevens van voer- en kunstmestleveringen automatisch inlezen in de KringloopWijzer. Voor de veehouder (en/of zijn adviseur) is dat handig, tijdbesparend en worden fouten voorkomen bij het invullen van de KringloopWijzer. Neem hiervoor contact op met de Helpdesk KringloopWijzer via koppelingen@mijnkringloopwijzer.nlLees verder.

Rubriek dier

Dat kan komen omdat u geen machtiging heeft afgegeven voor I&R-gegevens. Of het kan zijn dat het BRS-nummer en/of UBN niet overeenkomt. De KringloopWijzer gebruikt UBN-, BRS-, en KvK-nummers. Als die niet overeenkomen, zal I&R de diergegevens niet op de juiste wijze in kunnen sturen.

Indien u er zeker van bent dat al deze gegevens kloppen, kan het nog zo zijn dat de I&R-gegevens niet inlezen. De koppeling van de I&R-gegevens geeft soms nog fouten. Dit heeft mogelijk te maken met de combinatie van KvK, UBN en BRS waar een (bedrijfs-)wijziging aan ten grondslag kan liggen. We proberen deze problemen altijd zo snel mogelijk te verhelpen. In overleg met ZuivelNL adviseren we om, in dit geval, de I&R-gegevens alvast handmatig in te vullen.

Technisch gezien werkt de koppeling goed. De leveranciers weten dat ze verantwoordelijk zijn voor het insturen, en het controleren van de correctheid van de berichten. Mocht er echt een technisch mankement zijn vernemen we dat graag volgens onderstaand stappenplan: 

  • Is de machtiging al langer dan 10 dagen actief?
  • Heeft u met uw zuivelorganistatie het ingevulde tanknummer gecheckt, en klopt dit?
  • Heeft uw zuivelorganisatie aangegeven op basis van deze machtiging al berichten met correcte inhoud in te sturen?

Mocht u deze vragen allemaal met ‘Ja’ kunnen beantwoorden, dan ontvangen we graag het tanknummer en de datum van het ingestuurde leveringsbericht dat volgens de zuivelorganisatie niet goed door komt. Dit kunt u e-mailen naar support@mijnkringloopwijzer.nl. Dan kunnen we op basis hiervan de koppeling controleren.

Staan er al wel gegevens, maar zijn deze nog niet compleet vul ze dan aan. Denk hierbij aan bedrijfsgegevens over dier, staltype en drijfmestcapaciteit. Indien de dieraantallen gedeeltelijk zijn ingevuld (zoals bijvoorbeeld de categorie 101 en/of 102), neem dan contact op met de Technische Helpdesk van de KringloopWijzer. Dan kunnen we gezamenlijk het probleem voor u oplossen.

In deze rubriek komen de gegevens over melkvee en overige graasdieren vanuit I&R en melklevering van uw zuivelorganisatie. De aangeleverde gegevens staan in de grijze blokjes. Kloppen deze niet, dan kunt u deze gegevens op de velden die er naast staan invullen. De eigen invoer is leidend, ook als bijvoorbeeld daarna gegevens worden gecorrigeerd vanuit uw zuivelorganisatie.

Rubriek bodem

De koppeling voor het inlezen van de perceelgegevens met RVO en de analysegegevens met de labaratoria is momenteel nog niet gereed. Vooralsnog dient u de bodemgegevens (fosfaattoestand en grondgebruik) handmatig in te vullen.

Rubriek voer

In technische zin werkt de koppeling goed. De leveranciers weten dat ze verantwoordelijk zijn voor het insturen, en het controleren van de correctheid van de berichten. We zien wel dat leveranciers soms ook moeten leren om de juiste gegevens te sturen en koppelen aan de goede rubriek. Wel graag de voerleveranties controleren. Mocht er echt een technisch mankement zijn vernemen we dat graag volgens onderstaand stappenplan:  

•    Is de machtiging al langer dan 10 dagen actief?
•    Heeft u met de leverancier het ingevulde klantnummer gecheckt, en klopt dit?
•    Heeft de leverancier aangegeven op basis van deze machtiging al berichten met correcte inhoud in te sturen?  

Mocht u deze vragen allemaal met ‘Ja’ kunnen beantwoorden, dan ontvangen we graag het bonnummer en de bondatum van het ingestuurde leveringsbericht dat volgens de leverancier niet goed door komt. Dit kunt u e-mailen naar support@mijnkringloopwijzer.nl. Dan kunnen we op basis hiervan de technische werking controleren.

U kunt leveringen ontkoppelen. Wanneer u bij de desbetreffende leveringsgegevens op de ‘+’ klikt verschijnt er een pop-up scherm. Hier kunt u de onjuiste leveringen aanvinken en drukt u vervolgens onderaan op ontkoppelen. U kunt het pop-up scherm afsluiten. U kunt nu ook weer leveringen toevoegen. Denk eraan dat u bij het betreffende voerscherm op ‘opslaan’ klikt om de wijzigingen definitief op te slaan.

Onderaan ziet u een knop met daarin een plusteken en daarnaast ‘lege regel toevoegen’. Hier klikt u op en vervolgens kunt u de gevraagde gegevens in een lege regel invullen en opslaan.

Rubriek mest

Technisch werkt de koppeling naar behoren. Er ontbreken soms nog leveringen, omdat er na verloop van tijd mutaties bij RVO zijn doorgevoerd, die wij nog niet kunnen selecteren. Een enkele keer worden analyses van mestmonsters wel eens laat of niet geleverd aan RVO. U kunt dat zelf ook bij RVO navragen.. Mocht er echt een mankement zijn vernemen we dat graag volgens onderstaand stappenplan: 

  • Is de machtiging al langer dan 10 dagen actief?
  • Heeft u met de leverancier het ingevulde klantnummer gecheckt, en klopt dit?
  • Heeft de leverancier aangegeven op basis van deze machtiging al berichten met correcte inhoud in te sturen?

Mocht u deze vragen allemaal met ‘Ja’ kunnen beantwoorden, dan ontvangen we graag het bonnummer en de bondatum van het ingestuurde leveringsbericht dat volgens de leverancier niet goed door komt. Dit kunt u e-mailen naar support@mijnkringloopwijzer.nl. Dan kunnen we op basis hiervan de technische werking van de koppeling controleren.

Rubriek rapportage

In de Kringloopwijzer wordt er gebruik gemaakt van drie signaleringen, namelijk: rapportagemeldingen, invoer kengetallen en resultaat kengetallen.

  • De rapportagemelding geeft aan waarom het niet mogelijk is een rapportage uit te draaien. De Kringloopwijzer is dan namelijk vanuit de landbouwkundige praktijk niet kloppend te berekenen. .
  • De invoer kengetallen zijn signaleringen die betrekking hebben op de waardes die u in de Kringloopwijzer invoert. De signaleringen die u hier vindt zijn vaak attenderend. De Wageningen Universiteit heeft namelijk algemene grenswaarden vastgesteld en het kan voorkomen dat er per ongeluk iets foutief wordt ingevoerd. Op deze manier kunt u eenvoudig controleren of de ingevoerde waardes juist zijn. Deze signaleringen zijn dan ook niet blokkerend, wat inhoudt dat wanneer uw ingevoerde waardes juist zijn u dit niet hoeft aan te passen.
  • De resultaat kengetallen zijn signaleringen die betrekking hebben op de berekende waardes nadat de invoer door de “rekenmotor” is gegaan. Deze rekenmotor is ontwikkeld door de Wageningen Universiteit en berekent de uitkomsten die vervolgens in de rapportage worden weergeven. Dit houdt dus in dat u deze signaleringen kunt gebruiken om uw rapportage melding op te lossen, aangezien hier wordt aangegeven welke berekende waardes niet kloppen.

Komt u er niet uit om de signaleringen op te lossen? De signaleringen geven aan dat de Kringloopwijzer landbouwkundig gezien niet volledig correct is ingevuld. U kunt daarom advies vragen aan uw bedrijfs- of voeradviseur of uw zuivelonderneming. Indien u zelf adviseur bent, kunt u intern in uw organisatie om hulp vragen. De Technische Helpdesk kan u met deze vragen niet ondersteunen.

Dit komt omdat u na de aanpassing waarschijnlijk nog geen rapportage heeft gedraaid. Pas wanneer dit wordt gedaan, wordt de invoer opnieuw naar de rekenmotor gestuurd en worden er eventueel nieuwe signaleringen geproduceerd. Deze zijn ook herkenbaar met een datum en tijdindicatie in de ‘groene balken’.

Wanneer u in het tabblad Akkerbouw (onder bodem) gewassen invoert, wordt in de rapportage alleen de opbrengst van stikstof en fosfaat weergegeven. Akkerbouwgewassen zijn op te delen in voedergewassen en handelsgewassen. In de rapportage wordt een gewogen gemiddelde van alle akkerbouwgewassen gezamenlijk berekend op basis van opbrengst en areaal. Voor handelsgewassen hebben de waardes voor DS-opbrengst en voederwaarde (zoals o.a. VEM) geen waarde. Omdat er in de rapportage geen onderscheid gemaakt wordt, worden deze waardes voor alle akkerbouwgewassen weggelaten. Het enige dat wel in de rapportage wordt weergeven is de opbrengst aan stikstof en fosfaat. Deze komen in de Kringloop van uw bedrijf voor. Kortom, voor geen enkel akkerbouwgewas worden de overige waardes weergeven in de rapportage.

Vanaf 2017 kunt u de KringloopWijzer van 2016 met de KringloopWijzer van 2014 en 2015 vergelijken. Na afloop van het invullen verschijnt een pdf met een overzicht van de KringloopWijzers. 

Als de KringloopWijzer is ingediend, verandert het icoontje bovenin het scherm van ‘indienen’ in ‘heropenen’. In de donkergroene balk midden op uw scherm, ziet u:

    

Als de KringloopWijzer in de Centrale Database is ingediend, gaat er een signaal naar Qlip en van daar door naar uw zuivelorganisatie. De Centrale Database verstuurt dit nu 1 keer per week. Wanneer uw actuele Kringloopwijzer-status ‘ingediend’ is, mag u er vanuit gaan dat de technische verwerking verder goed verloopt.

Adviseurs en studiegroepen gebruiken regelmatig de uitkomsten van KringloopWijzers om bedrijven te kunnen vergelijken. Dat kon met de uitwisseling van zogenoemde EXC-bestanden, een eigen format van de WUR-Kringloopwijzer. Omdat de Centrale Database KringloopWijzer aan een langjarige, stabiele inrichting werkt is besloten om over te stappen op XML-bestanden. XML is een internationale standaard voor gegevensoverdracht en deze bestanden zijn ook nog leesbaar met een tekstverwerker.  De stand-alone versie (vanaf versie 2016) van de WUR kan een XML-bestand ook inlezen. Een XML-bestand kan vanuit de CD KLW rechtstreeks worden gemaild net als voorheen een EXC-bestand.

Dashboard Milieu en Klimaat

Het Dashboard Milieu en Klimaat geeft u inzicht in de bedrijfsprestaties voor de belangrijkste milieu- en klimaatindicatoren. Deze indicatoren geven aan in hoeverre u bijdraagt aan het behalen van de milieu- en klimaatdoelstellingen van de Duurzame Zuivelketen, het samenwerkingsverband waarmee LTO Nederland en de Nederlandse Zuivel Organisatie de zuivelketen verder verduurzamen. Het verminderen van mineralenverliezen heeft naast milieuvoordelen ook financieel voordeel. Mineralen die niet verloren gaan, hoeven ook niet opnieuw te worden aangekocht via voer of (kunst)mest.

Broeikasgasuitstoot (g CO2equivalenten/kg melk)
In de zuivelketen komen er drie soorten broeikasgassen vrij: koolstofdioxide (CO2) komt vrij bij het verbruik van energie (diesel, elektra en gas), methaan (CH4) (pens en mestopslag) en lachgas (N2O) (teelt en bemesting). Daarnaast hebben ook aangekochte productiemiddelen zoals voer en kunstmest geleid tot uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van de broeikasgassen methaan en lachgas is kleiner dan van koolstofdioxide, maar het effect (per kilogram) van deze gassen is veel hoger. Door het gebruik van het CO2equivalenten is het effect van verschillende broeikasgassen te vergelijken.

Stikstofbodemoverschot (kg N/ha)
Het stikstofbodemoverschot geeft aan hoeveel kilo stikstof uit bemesting van organische mest en kunstmest benut wordt voor de productie van een hectare gewas. De niet benutte stikstof blijft achter in de bodem. Dit kan uitspoelen in de vorm van nitraat of vervliegen in de vorm van lachgas. Het stikstofbodemoverschot geeft voor alle grondsoorten een realistisch beeld hoe de benutting van meststoffen op uw bedrijf is.

Ammoniakemissie (NH3/GVEcorr. En kg NH3/ha)
Ammoniakemissie in Nederland draagt bij aan stikstofdepositie in Nederland. Deze stikstofdepositie beïnvloedt de natuur en daarmee de biodiversiteit. Bovendien gaat er met de emissie van ammoniak stikstof uit de bedrijfskringloop verloren. Deze verliezen vinden op meerdere plekken in de kringloop plaats. In de stal, bij mestopslag en bij aanwending van mest. Onder andere eiwitarm voeren en beweiden verlaagt de verliezen.
De ammoniakemissie wordt weergegeven als ammoniakemissie per hectare (NH3/ha) en als ammoniakemissie per GVE (NH3/GVE). NH3/ha is de totale bedrijfsammoniakemissie gedeeld door de totale bedrijfsoppervlakte. Bij NH3/GVE wordt er, indien van toepassing, gecorrigeerd voor de afgevoerde drijfmest. De totale bedrijfsammoniakemissie wordt hierbij vermeerderd met de emissie die vrijkomt bij het uitrijden van afgevoerde mest.

Percentage eiwit van eigen land (N uit ruwvoer eigen land als % van totaal N in rantsoen)
Het percentage eiwit van eigen land geeft aan hoeveel krachtvoer en specifiek, hoogwaardige grondstoffen, zoals soja, van buiten wordt aangevoerd. Dit heeft effect op de biodiversiteit in andere regio’s van de wereld. Het percentage eiwit van eigen land zegt iets over het aandeel van een melkveebedrijf. Om meer eiwit van eigen land te produceren is meer grasland nodig (of een hogere benutting van mineralen van je grasland, dus meer grasopbrengst bij dezelfde bemesting). Grasland scoort beter voor biodiversiteit en haar functies dan bouwland. Op en onder grasland is de diversiteit aan planten en dieren hoger dan bij bouwland.

Percentage blijvend grasland (% van totaal bedrijfsareaal)
Doordat er geen grondbewerking wordt uitgevoerd, ontstaat er ondergronds een stabiel milieu met voldoende voeding en neemt de bodembiodiversiteit toe. Onder ouder grasland ligt een grotere hoeveelheid CO2 opgeslagen dan onder jong grasland, waardoor het organische stofgehalte hoger is. De definitie van blijvend grasland is gelijk aan de EU-definitie voor blijvend grasland (meer dan 5 jaar achter elkaar blijvend grasland) en wordt binnen de perceelsregistratie aangeduid met gewascode 265.

 

Het geeft aan hoe uw bedrijf scoort ten opzichte van het gemiddelde van de LEI-BIN referentiegroep, zoals ook gebruikt wordt in de KringloopWijzer.

De tool geeft inzicht in de uitstoot van het melkveebedrijf (carbon footprint), de uitstoot van de gehele zuivelsector wordt weergegeven in een sectorrapportage van de Duurzame Zuivelketen.

De wijzer laat zien waar het bedrijf staat op het gebied van broeikasgassen per kg melk ten opzichte van andere bedrijven met dezelfde grondsoort. Groen is minder uitstoot dan gemiddeld en rood is meer uitstoot dan gemiddeld. De staafdiagram laat vervolgens zien wat het aandeel is van de verschillende bronnen in de uitstoot van broeikasgassen op het betreffende bedrijf.

Het is van belang om te weten welk ras koeien je hebt omdat dit van invloed is op hoe zwaar de koe is en dus hoeveel allocatie er is tussen vlees en melk.

Je scoort goed als je onder het landelijk gemiddelde voor jouw grondsoort zit en als je onder de waarde zit die gemiddeld nodig is om tot doelbereik te komen (gemiddeld 1000 gram CO2eq per kg melk). Voor bedrijven op veen zal dit laatste heel moeilijk worden, maar die kunnen alsnog goed scoren in vergelijking met andere bedrijven op veen.

Nee, er is voor gekozen dat broeikasgasuitstoot alleen dán bedrijfsspecifiek kan zijn als de werkelijke waarden voor elektriciteit en gas opgegeven worden. Er is dus daarom geen keus voor gebruik van een ‘sectorgemiddelde’ gerelateerd aan het melkvolume zoals bij diesel. 

Bij alle onderdelen van Klimaat wordt gevraagd een totaalverbruik op te geven. Echter, het kan zo zijn dat privéverbruik of verbruik voor neventakken onderdeel is van het totaalverbruik. Die willen we natuurlijk niet meenemen in de berekening van de broeikasgasuitstoot over de zuiveltak. Als een veehouder privéverbruik of neventakken-verbruik heeft dient dat verbruik te worden afgetrokken van het totaal verbruik. Men heeft soms een tussenmeter voor de registratie van privéverbruik/neventakken-verbruik, soms niet. In geval van geen tussenmeter vinkt u de tussenmeter uit en zal er een hoeveelheid worden gevraagd die u uit uw eigen administratie haalt. Voor twee situaties wordt dan gerekend met een standaard, te weten privéverbruik elektra en privéverbruik aardgas.

Blijven doen wat u doet! Als u meer zou willen doen dan kunt u bij de staafdiagrammen zien welke processen bijdragen aan uw uitstoot en kijken of u daarbinnen nog mogelijkheden ziet.

Dat is heel bedrijfsafhankelijk, maar enkele maatregelen die voor de meeste bedrijven in het rood goed werken zijn: goede landbouwpraktijk beoefenen zoals levensduur van de koeien verlengen, bodemkwaliteit verbeteren, productie verhogen, weidegang toepassen, voerefficiëntie verhogen, klaver in grasland toepassen, en zonnepanelen. Voor een bedrijfsspecifiek advies kunt u het best contact opnemen met uw bedrijfsadviseur.