Inhoudelijk

Hieronder vindt u veel gestelde vragen over de achtergrond van de KringloopWijzer. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan voor inhoudelijke vragen over de KringloopWijzer contact op met uw bedrijfs- of voeradviseur. Voor technische vragen kunt u terecht bij de Servicedesk via support@mijnkringloopwijzer.nl


Achtergrond

De zuivelsector wil zich graag op een duurzame manier blijven ontwikkelen. Daarom presenteerden de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en LTO Nederland in juli 2013 het Zuivelplan ‘kansen voor de zuivelketen na 2015’. Eén van de benoemde kansen is het produceren van duurzame zuivel. Daarmee kan de sector zich onderscheiden in de markt. Goed voor de keten, waarin u als melkveehouder een belangrijke schakel bent. Maar hoe doet u dat, op een duurzame manier melk produceren? De basis ligt in een efficiënte mineralenbenutting. En daarom is de KringloopWijzer ontwikkeld. Met dit instrument brengt u de mineralenefficiëntie op uw bedrijf in beeld en krijgt u aanknopingspunten om de kringloop op uw bedrijf te verbeteren.

Dat klopt. Dat zijn uw eigen gegevens. Maar hiermee kan de sector nog niet bewijzen dat het binnen de milieurandvoorwaarden presteert. De overheid vraagt om een betrouwbaar systeem gebaseerd op gegevens van alle melkveehouders. De sector wil dat er geen twijfel bestaat over de betrouwbaarheid van de gegevens en rekensystematiek. Om die reden worden bedrijfsgegevens van individuele melkveebedrijven gebundeld in de Centrale Database KringloopWijzer.

Er is afgesproken dat de KringloopWijzer alleen brongegevens mag bevatten, en geen gegevens die worden aangeleverd vanuit managementsystemen van derden. Het is voor derden wel mogelijk om hun data te koppelen aan de Centrale Database (wanneer zij hiervoor gemachtigd zijn door de melkveehouder) in plaats van deze handmatig aan te leveren. 

Het dubbel invoeren van gegevens wordt zoveel mogelijk voorkomen. U krijgt de mogelijkheid om handmatig ingevoerde gegevens in de bestaande programma’s, zoals bedrijfsgegevens en voorraden, automatisch in te laden in de Centrale Database KringloopWijzer. Andere gegevens, zoals melkleveringen, dieraantallen, aanvoer van voer en kunstmest, kuilmonsters etc. kunnen automatisch ingelezen worden in de Centrale Database door datakoppelingen met leveranciers. U kunt hiervoor via deze site de benodigde machtigingen afgeven.

De output van de Kringloopwijzer is op te vragen in een xml-bestand. Dit bestand kan in diverse managementprogramma’s worden ingelezen. U kunt dit xml-bestand opvragen door de volgende stappen te doorlopen:

  1. Log in op uw KringloopWijzer
  2. Ga op het hoofdscherm naar de rubriek ‘rapportage’
  3. Klik op het menu item ‘mail KringloopWijzer’
  4. Vul uw naam en e-mailadres in.
  5. U ontvangt binnen enkele minuten een Xml-bestand van uw KringloopWijzer

Een van de uitgangspunten van de Centrale Database Kringloopwijzer is dat melkveehouders zelf kunnen bepalen met wie ze welke gegevens uit de KringloopWijzer willen delen. Dit kunt u regelen door de partij met wie u de gegevens wilt delen te machtigen via www.mijnkringloopwijzer.nl. Uw gegevens worden dus niet gedeeld, zonder uw toestemming.

Wel worden er anonieme resultaten gebruikt uit de KringloopWijzer. Dit wordt ook gemeld in de algemene voorwaarden en privacy verklaring. Dit gebeurt alleen voor de sectorrapportage van ZuivelNL en Duurzame Zuivelketen, en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. In deze sectorrapportage wordt beschreven wat de sectorale prestaties zijn ten aanzien van ammoniakemissie, fosfaatproductie, fosfaatverliezen en broeikasgassenemissie. 

Daarnaast wordt automatisch aan uw zuivelonderneming doorgegeven wanneer u uw KringloopWijzer definitief heeft ingevuld. Deze gegevens zijn niet anoniem, maar er worden verder geen inhoudelijke gegevens uitgewisseld. Ook dit staat vermeld in de privacyverklaring.

Uw privacy is op meerdere manieren gewaarborgd. Allereerst via de inlog met eHerkenning 2+. Daarnaast staat uw data op beveiligde servers. Ook zijn er sluitende afspraken gemaakt met de leveranciers over de datakoppelingen. Meer informatie over de KringloopWijzer in relatie tot privacy vindt u hier.

De gegevens worden opgeslagen in de Centrale Database KringloopWijzer, die in beheer is van ZuivelNL. De KringloopWijzer is een webapplicatie, die draait vanaf uw internetbrowser. Alle data en ook de software staan op een zwaar beveiligde server die alleen via een beveiligde inlog toegankelijk is.


Deelname vanuit BEX

Nee, dat is technisch niet mogelijk. U kunt wel de voor de BEX benodigde gegevens ophalen bij bijvoorbeeld uw voerleverancier en de laboratoria waar u grondmonsters of kuilmonsters laat analyseren. Mits deze bedrijven al zijn aangesloten op de Centrale Database KringloopWijzer. De CD KLW accepteert alleen gegevens van brondata.

De KringloopWijzer levert veel meer inzicht, want naast de BEX bestaat de KringloopWijzer ook uit de onderdelen BEA, BEP en BEC. Met het invullen van wat extra gegevens in de KringloopWijzer, die u uit uw bemestingsplan en managementsysteem kunt halen, krijgt u bijvoorbeeld ook inzicht in uw ruwvoeropbrengsten. Zo weet u precies waar u staat en waar u gericht actie op kunt ondernemen.

Gebruik hiervoor de Handreiking bedrijfsspecifieke excretie melkvee.

De handreiking is geactualiseerd. In de versie van 23 juli 2018 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • Er wordt een rasfactor gebruikt om de voederbehoefte of -opname van de melkveestapel te berekenen.
  • Berekeningen voor voederbehoefte bij weiden en zomerstalvoedering zijn gebaseerd op dagen in plaats van maanden.
  • Voor de berekening van de voederbehoefte van jongvee worden dezelfde uitgangspunten gebruikt als in de Handreiking BEX jongvee staan.
  • Melkpoeder is toegevoegd aan de lijst met voeders in de handreiking.
  • De lijst met categorieën overig graasvee is aangepast.
  • De formules voor de berekening van de VEM-opname uit vers gras, graskuil en snijmaïskuil zijn geactualiseerd en uitgebreid.


Uitkomsten KringloopWijzer

In de KringloopWijzer over het jaar 2018 is het voor het eerst mogelijk om de mineralenverliezen als gevolg van ganzenvraat mee te nemen. Door de verminderde gewasopbrengst zijn de uitkomsten van uw KringloopWijzer waarschijnlijk minder goed dan ze hadden kunnen zijn. Met behulp van de gegevens op het taxatieformulier is het mogelijk de mineralenverliezen (P, N en C) als gevolg van ganzenvraat mee te nemen in de resultaten. Voor de overige vraatschade (bijv. muizen of wilde zwijnen) is dit niet mogelijk.

Ja, ook met weidegang zijn goede resultaten in de KringloopWijzer te behalen. Uit analyses van honderden ingevulde KringloopWijzers blijkt dat er veel variatie is in gewasopbrengst bij agrarische bedrijven, zowel bij opstallen als bij beweiden. Het heeft meer met managementstrategie te maken dan met het wel of niet toepassen van weidegang. 
U leest hier meer informatie.

Uit berekeningen op basis van resultaten uit het project Koeien & Kansen en bevindingen van experts lijkt het gebruik van de KringloopWijzer een flink financieel voordeel op te leveren. Dit is toe te schrijven aan het verbeteren van het technische resultaat. Slechts het invullen van de KringloopWijzer levert geen financieel voordeel op, wel de maatregelen die u neemt naar aanleiding van de resultaten uit de KringloopWijzer.

De maatregelen die tot verbetering van resultaat leiden, kunnen ook financieel voordeel opleveren. Het voordeel kan variëren van € 4000,- tot € 10.000,- voor een bedrijf met circa 100 melkkoeien. Dit is toe te schrijven aan het verbeteren van het technische resultaat.

Lees hier meer.

Vooralsnog geldt er alleen een invulverplichting. U wordt nog niet afgerekend op de uitkomsten van de KringloopWijzer. Bedrijfsadviseurs kunnen u helpen een keuze te maken uit de voor uw situatie gezien meest gunstige maatregelen om te nemen op uw bedrijf.

U kunt de uitkomsten gebruiken om samen met uw adviseur te kijken welke maatregelen u op uw bedrijf kunt nemen om de mineralenefficiëntie te verbeteren. U bepaalt in eerste instantie zelf wie de uitkomsten van uw KringloopWijzer kunnen inzien, door het afgeven van machtigingen. 

Op sectorniveau worden de door ondernemers ingevoerde gegevens gebruikt voor monitoring van prestaties waar het gaat om de vastgestelde milieurandvoorwaarden en de doelen van de duurzame zuivelketen (op anonieme basis). Daarnaast worden de zuivelondernemingen geïnformeerd wanneer u de KringloopWijzer heeft ingediend.

Op dit moment zijn er veel ontwikkelingen gaande in de melkveehouderij. Het is mogelijk dat u de uitkomsten van de KringloopWijzer in de toekomst kan gebruiken voor het verdienen van ontwikkelruimte. Dat is nu nog niet aan de orde.


Verplichting KringloopWijzer

Ja, alle leveranciers (melkveebedrijven) van zuivelondernemingen gelieerd aan NZO zijn  verplicht de KringloopWijzer in te vullen. Dit geldt ook voor biologische melkveehouders.

Nee, indien sprake is van volledig gescheiden bedrijven (ander BRS- of KvK-nummer) dan bent u niet verplicht om de KringloopWijzer in te vullen. De KringloopWijzer is alleen verplicht voor melkleverende bedrijven. Met uw jongveeopfokbedrijf heeft u wel de mogelijkheid om de KringloopWijzer in te vullen.

Ja, wanneer u melkvee op uw bedrijf heeft, dan bent u verplicht de KringloopWijzer in te vullen.

De KringloopWijzer over 2018 moet uiterlijk 15 mei 2019 ingediend zijn. De zuivelondernemingen hebben de ruimte om een eerdere datum van indienen verplicht te stellen.

Door meer inzicht te krijgen in de mineralenkringloop van dier, voer, bodem en mest kunt u beter sturen op de benutting van mineralen. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot een hogere grasopbrengst, minder mestafvoer en besparingen op voeraankoop of kunstmestaankoop. Voor elk bedrijf is er nog wat te winnen! En mogelijk creëert u in de toekomst met een hogere mineralenefficiëntie ontwikkelruimte voor uw bedrijf.

Met ingang van 2017 zijn alle melkveehouders in Nederland verplicht vanuit hun zuivelorganisatie om de KringloopWijzer in te vullen. Dit betekent dat alle melkveehouders verplicht zijn óver 2017 en de daarop volgende jaren de KringloopWijzer in te vullen.

Dashboard Milieu en Klimaat

De melkveehouder krijgt de resultaten van de KringloopWijzer overzichtelijk weergegeven in een dashboard. Het dashboard omvat zes milieu-indicatoren: stikstofbodemoverschot, ammoniak (kg per GVE en ha), broeikasgassen per kg meetmelk, percentage blijvend grasland en percentage eiwit van eigen land.

De Duurzame Zuivelketen ontwikkelde het dashboard.

Het Dashboard Milieu en Klimaat geeft de melkveehouder inzicht in de bedrijfsprestaties voor de belangrijkste milieu- en klimaatindicatoren. Deze indicatoren geven aan in hoeverre de melkveehouder bijdraagt aan het behalen van de milieu- en klimaatdoelstellingen die de melkveehouderijsector afgesproken heeft en vormgegeven worden door de Duurzame Zuivelketen. Het verminderen van mineralenverliezen heeft naast milieuvoordelen ook financieel voordeel. Mineralen die niet verloren gaan, hoeven ook niet opnieuw te worden aangekocht via voer of (kunst)mest.

Door zich op deze zes indicatoren te richten wil de zuivelsector werken aan een betere bodem-, lucht- en waterkwaliteit. Zo kan niet benut stikstof uitspoelen in de vorm van nitraat naar het grondwater of vervliegen in de vorm van lachgas. Broeikasgassen dragen bij aan klimaatverandering. En de percentages eiwit van eigen land en blijvend grasland geven inzicht in de voetafdruk en het effect op biodiversiteit.

Het fosfaatbodemoverschot geeft een indicatie voor de belasting van het bodem- en watersysteem. Binnen de mestwetgeving is fosfaatbemesting op bouwland en grasland beperkt tot de afvoer van fosfaat met het gewas. De aanvoer van fosfaat is dus even hoog als de afvoer: de zogeheten fosfaatevenwichtsbemesting. Evenwichtsbemesting is vanaf 2015 verplicht voor grasland. Hiermee wordt via wetgeving dus reeds gestuurd op evenwichtsbemesting. Uit de analyses van de kringloopwijzergegevens wordt duidelijk dat dit beleid resulteert in sturing op het fosfaatbodemoverschot. In veel gevallen is er in de praktijk eerder sprake van een fosfaatbodemtekort.

Duurzaamheid speelt om drie redenen voor de zuivelketen. De sector wil toekomstbestendig zijn (de bedrijven op verantwoorde wijze doorgeven aan volgende generaties). Daarnaast wil de zuivelsector antwoord geven op de vraag vanuit de markt of dit marktkansen oplevert. Ook geeft het antwoord op vragen vanuit de maatschappij en draagt het bij aan een beter imago.

Tot nu toe werd alleen sectoraal gekeken naar de invloed van de melkveehouderij op de diverse thema’s rondom milieu en klimaat. De zuivelorganisaties kunnen door middel van hun duurzaamheidsprogramma veehouders goede prestaties belonen en/of veehouders stimuleren om te verbeteren op deze thema’s. Via het Dashboard Milieu en Klimaat krijgen individuele melkveehouders nu ook inzicht in hun individuele bedrijfsprestaties.

Voor een toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector heeft de Duurzame Zuivelketen de volgende doelen voor 2020 geformuleerd: klimaat neutrale ontwikkeling, continue verbetering van dierenwelzijn, behoud van weidegang en behoud van biodiversiteit en milieu.

Het doel is om in 2020 niet meer broeikasgassen uit te stoten dan in 2011, ondanks een hogere melkproductie. Als dat doel gehaald wordt betekent dit dat er 20% minder broeikasgassen worden uitgestoten in 2020 dan in 1990. Daarnaast is het doel om 16% productie van duurzame energie in 2020 te bereiken, en een verbetering van de energie-efficiency van 2% per jaar in de periode 2005-2020. 

Door melkveehouders en zuivelondernemingen te stimuleren tot energiebesparing, duurzame energieproductie en vermindering van broeikasgassen via innovatie en gezamenlijke investeringen.

De zuivelsector produceert koolstofdioxide, methaan en lachgas onder andere door energiegebruik, uit de koe en tijdens bemesting. Ongeveer tien procent van de uitstoot van broeikasgassen in de zuivelsector hangt samen met de zuivelverwerking en transport van melk, de rest hangt samen met de processen op de boerderij en bij de productie van aangekochte middelen als kunstmest en voer. De aanpak van de broeikasgasuitstoot van de zuivelsector is noodzakelijk om ook in de toekomst melk te kunnen blijven produceren in Nederland.

Alle sectoren moeten bijdragen aan het verlagen van de broeikasgasuitstoot. De Nederlandse landbouw stoot ongeveer 13% van alle broeikasgassen in Nederland uit (RVO, 2015) en de Nederlandse zuivelsector ongeveer 7% van het totaal. De zuivelsector heeft het hoogste aandeel in de methaanuitstoot en, samen met akkerbouw, het hoogste aandeel in de uitstoot van lachgas van alle Nederlandse activiteiten.

U bent op dit moment niet verplicht om maatregelen te nemen. Wel kan het verminderen van verliezen en – waar mogelijk – optimaliseren van uw bedrijfsvoering de broeikasgasuitstoot verlagen. Denk hier bijvoorbeeld aan energiebesparing, opwekking van duurzame energie, het verbeteren van de voerefficiëntie, verhogen van de stikstofbenutting etc.

Er zijn geen maatregelen. Wel is de kijkrichting dat zuivelondernemingen om verbetering op deze indicatoren te gaan stimuleren.

Het gaat erom dat u streeft naar optimalisatie van verschillende processen op uw bedrijf. Het kan prima in combinatie met weidegang wanneer de grasteelt op orde is. Een gezonde en tevreden koe zal efficiënter melk produceren, wat leidt tot minder verliezen en daarmee tot minder broeikasgasuitstoot. Kortom, het een sluit het ander niet uit wanneer u verbeteringen opneemt in het integrale management van uw bedrijf.

Werken aan de broeikasgasuitstoot is werken aan het verminderen van verliezen op het bedrijf. Daar kan een direct voordeel voor u zitten. Voor de afzet van uw melk en voor het verwaarden van die melk is verlagen van de uitstoot een steeds belangrijker onderwerp. Steeds meer klanten (B2B) vragen hierom. De politiek in Nederland en Europa werkt aan nieuwe doelen voor het verlagen van de broeikasgasuitstoot. Nu aan de slag gaan betekent klaar zijn voor de toekomst. Melkveehouders kunnen bijdragen aan een gezamenlijke oplossing.

In de Duurzame Zuivelketen is afgesproken dat alle zuivelondernemingen (en daarmee alle melkveehouders) dezelfde doelstelling nastreven t.a.v. milieu, klimaat en biodiversiteit. De manier waarop dit gestimuleerd wordt, kan per zuivelonderneming verschillen.

Voor het benchmarken van uw bedrijfsprestaties op de zes indicatoren worden 3-jaarsgemiddelde resultaten (2014-2016) gebruikt uit het BedrijvenInformatieNet (BIN) van Wageningen Economic Research. De referentiegegevens zijn berekend met de Kringloopwijzer versie 2017 op basis van invoergegevens van een representatieve steekproef van melkveebedrijven. In onderstaande tabel zijn de referentiegegevens weergegeven. Alleen bij de indicatoren ‘Stikstofbodemoverschot’ en ‘Broeikasgassen’ wordt onderscheidt gemaakt tussen grondsoort.

Indicator

kg NH3/ha

kg NH3/GVE

Eiwit eigen land (%)

Bodemoverschot (kg N/ha)

kg CO2-eq/kg melk (FCPM)

Grondsoort

alle

alle

alle

veen

klei

zand

veen

niet-veen

10%-percentiel

40,2

17,4

85,0

192

86

43

1,33

1,09

25%-percentiel

50,3

21,6

75,3

241

115

75

1,40

1,16

Gemiddelde

60,7

25,7

64,3

285

162

124

1,53

1,25

Mediaan

58,8

26,0

65,7

293

161

123

1,50

1,23

75%-percentiel

69,6

30,8

53,7

329

196

159

1,60

1,32

90%-percentiel

80,9

35,7

42,3

376

241

197

1,76

1,32

Bron: BedrijvenInformatienet van Wageningen Economic Research, berekend met Kringloopwijzer versie 2017

In de ‘teller’ van de berekening worden alle hectares bij elkaar opgeteld die als blijvend grasland door RVO worden aangemerkt en gedeeld door de totale hectares (noemer) van het bedrijf. Let op: Grasland met hoofdfunctie natuur (codes 332 en 335) worden niet door RVO erkend als blijvend grasland. Hoewel dit type grasland weinig voorkomt kan deze groep melkveehouders het wel als (blijvend) grasland ervaren. In de berekening wordt deze groep melkveehouders niet (extra) benadeeld, omdat (blijvend) grasland met hoofdfunctie natuur zowel in de ‘teller’ als de ‘noemer’ niet worden meegeteld. Via deze werkwijze wordt zo goed als mogelijk aangesloten bij het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid(GLB) met als uitvoerende instantie RVO.

Nee, in de berekening van de indicator ‘Eiwit van eigen land’ wordt de hoeveelheid geteeld eiwit (teller) gedeeld door de hoeveelheid gevoerd eiwit in het rantsoen (noemer) van de melkveestapel. Aangekocht eiwit in krachtvoerders, bijproducten en ruwvoeders worden niet meegenomen. Dit wordt pas mogelijk als er duidelijkheid is over de wijze waarop het advies van de Commissie Grondgebondenheid wordt geïmplementeerd in de praktijk.

Met uitzondering van de indicatoren ‘Broeikasgassen’ en ‘Blijvend grasland’ worden voor alle indicatoren in het dashboard de onderliggende kengetallen gerapporteerd van 2016, 2017 en het gemiddelde 2016-2018. Voor de indicator ‘Broeikasgassen’ wordt alleen het resultaat van 2017 gerapporteerd als de melkveehouder de Klimaatmodule in dit jaar heeft ingevuld. In 2016 was de Klimaatmodule voor het berekenen van de uitstoot van broeikasgassen en onderliggende kengetallen nog niet beschikbaar. Voor de indicator ‘Blijvend grasland’ worden geen resultaten 2016 en 2017 weergeven in het dashboard. De reden is dat in deze jaren geen hectares met de juiste RVO-codes konden worden ingevoerd voor de huidige berekening van ‘Blijvend grasland’ (zie RVO).

Op een melkveebedrijf vindt emissie van ammoniak plaats vanuit de melkveestal en bij het bemesten van gras, maïs en andere gewassen. Reden om in het dashboard de totale ammoniakemissie van de melkveestapel zowel uit te drukken per (GVE) dier als per ha. Bij doorklikken wordt voor beide Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) een opdeling gemaakt in de ‘stal’ én ‘bodem’ gerelateerde ammoniakemissie. U als melkveehouder kunt voor beide posten voer- en managementmaatregelen  nemen voor het verlagen van ofwel de ‘stal’ (verlaagd RE-gehalte in rantsoen, emissiearme vloer, etc.) ofwel de ‘bodem’ (verdunnen mest bij uitrijden, precisiebemesting, etc.) gerelateerde ammoniakemissie, waarmee de totale ammoniakemissie (per GVE en ha) van het melkveebedrijf wordt verlaagd.