Fabels over KringloopWijzer

In de praktijk zijn er diverse meningen over het resultaat van de KringloopWijzer en de invloed van managementkeuzes op de uitkomsten. Maar wat zijn nu feiten en wat zijn fabels over de KringloopWijzer? Wij hebben deze voor u uitgewerkt en onderbouwd met gegevens van ingediende KringloopWijzers. De analyse van de gegevens is uitgevoerd door Wageningen UR.

Bij de analyses van de KringloopWijzers is voornamelijk gekeken naar de invloed van verschillende factoren op de:

  • BEX-winst
  • BEP-winst

Hieronder ziet u een overzicht van de 'Fabels'.

BEX-winst

  • Net zoveel weiders als opstallers halen een BEX-winst.
  • De BEX-winst voor fosfaat lijkt te dalen bij bedrijven met meer dan 1500 uren weidegang (= > 180 dagen overdag weiden). Bij minder uur weidegang is de BEX-winst vrijwel gelijk.
  • De BEX-winst voor stikstof lijkt te dalen bij bedrijven met meer dan 1000 uren weidegang per jaar. Bij minder uur heeft weidegang geen invloed op de BEX-winst.

BEP-winst

  • Met weidegang in 2013 lagere droge stof-opbrengst (65 kg / per hectare / per 100 uur weidegang)
  • Weidegang verlaagt stikstofopbrengst ook iets (1 kg / per hectare / per 100 uur)
  • BEP-winst zeker mogelijk met weidegang. In analyse heeft 30% van de bedrijven die weiden een fosfaatopbrengst > 90 kg / ha (= BEP-winst)

 

  • Zandgrond heeft geen negatief effect op de BEX-winst, ten opzichte van andere grondsoorten zoals kleigrond en veen.
  • Resultaten gras: de droge stofopbrengst is gemiddeld het hoogst met het gras van kleigrond, daarna volgt gras van zandgrond, en veen scoort gemiddeld het laagst.
  • Resultaten mais:
    • De droge stofopbrengst is gemiddeld het hoogst in mais van zandgrond, daarna volgt mais van kleigrond, en mais van veenweide scoort gemiddeld het laagst.
    • Als zandgrond arm en droogtegevoelig is, dan is er mogelijk een lagere opbrengst dan bemestingsnorm.

Opbrengst grasland

Opbrengst maisland

 

Deze veronderstelling is niet juist. De verhouding ruw eiwitgehalte(Re) en VEM-gehalte van het rantsoen is veel meer bepalend (86%) voor de veebenutting dan een hoge melkproductie per koe.

  • Aandeel mais is erg bepalend (50% van effect)
  • Re/VEM graskuil daarna bepalend (11% effect)

De overige 14% wordt o.a. bepaald door:

  • Melkproductie per koe;
  • Stuks jongvee per koe;
  • Weidegang;
  • Managementfactoren (diergezondheid, goede vruchtbaarheid, goed geconserveerde kuil, lage vervoederingsverliezen)

Voer moet zoveel mogelijk gebruikt worden voor de melkproductie en niet voor groei, gezondheid en andere “verspillers”.

  • Het klopt dat intensieve bedrijven vaak een hogere BEX-winst halen, reden:
    • Voeraankoop: hoge verhouding VEM/Ruw eiwit in aangekocht voer > aandeel mais is erg bepalend, ruw eiwit in graskuil ook.
  • Het klopt dat intensieve bedrijven gemiddeld een hogere droge stofopbrengst (50 kg ds meer per 0.1 koe/hectare) halen, reden:
    • Om voerkosten te besparen, is scherp(er) ingezet op gewasproductie.

Conclusie: de winst zit dus grotendeels in managementkeuzes, niet in de intensiteit. Focussen op voeding en teelt geeft extensieve bedrijven ook mogelijkheden om goed te scoren met de KringloopWijzer.

Dit is niet juist. Hieronder ziet u een voorbeeld:

Gebruik KringloopWijzer

  • De KringloopWijzer geeft het resultaat van een bepaald jaar en is niet bedoeld om scenario’s te runnen.
  • De KringloopWijzer berekent het resultaat met bedrijfsinput, kwaliteit van de input is bepalend voor de kwaliteit van de output.