Extreme droogte is terug te zien in resultaten KringloopWijzer

De droge en warme zomer brak in het jaar 2018 op alle fronten records. Deze extremen zorgde ervoor dat op KTC de Marke de maisopbrengsten 25 procent en de grasopbrengsten bijna 40 procent lager waren dan normaal. Dit is nu terug te vinden in de resultaten uit de KringloopWijzer over 2018. Door de tegenvallende ruwopbrengsten lag zowel de stikstof- als fosfaatbenutting per hectare een stuk lager dan de afgelopen jaren.

De stikstofbenutting van de bodem kwam in 2018 uit op 54 procent. De daling van de bodembenutting resulteert in een toename van het stikstofbodemoverschot naar 159 ka/ha. De bemesting is door de droogte niet goed omgezet in gewasopbrengst. Voor fosfaat lag het benuttingspercentage op 66 procent, wat een bodemoverschot van 26 kilo fosfaat per hectare opleverde. Dit is hoger dan de doelstelling van fosfaatevenwicht. Dit evenwicht werd in de voorgaande jaren wel gerealiseerd. In figuur 1 vind je een overzicht van deze resultaten over de periode 2014-2018 op KTC De Marke. Hieruit valt op te maken dat de extreme droge omstandigheden van de zomer grote impact heeft gehad op de bedrijfsvoering en benutting van mest en mineralen op het proefbedrijf De Marke.

 

  2018 2017 2016 2015 2014
Opbrengst grasland per hectare          
Nette kg droge stof 6.707 8.310 9.749 9.426 10.001
Netto KVEM (kvem) 6.481 8.183 9.266 8.871 9.568
Netto kg stikstof 206 253 268 230 267
Nette kg fosfaat 55 68 79  77  85 
           
 Opbrengst maisland per hectare          
Netto kg droge stof 9.303 15.504  13.686  14.125  14.355 
Netto KVEM  9.795  15.664  14.371  14.436  14.628 
Netto kg stikstof 110 157 132 142 148
Netto kg fosfaat 38 49 54 51 62
           
Bodemoverschot per hectare          
Kg stikstof 159 125 102 100 97
Kg fosfaat 26 3 -2 2 0
Benutting % N per ha 54 64 70 67 71
Benutting % P205 per ha 66 95 103 97 100

Figuur 1: Een overzicht van de benutting stikstof en fosfaat op gras- en maisland en het bodemoverschot per hectare op KTC De Marke

Tegenvallende ruwvoeropbrengsten

Uit figuur 1 blijkt dat zowel de opbrengsten voor grasland als voor maisland afgelopen jaar een stuk lager lagen ten opzichte van de jaren ervoor. De droge en hete weersomstandigheden hebben zeker op de droge zandgronden waarop De Marke ligt geleid tot veel opbrengstverliezen. Ondanks dat er veel is beregend was het op de beregende percelen nog net mogelijk om de grasmat groen te houden maar bleef de grasgroei ver achter. ‘In de droge periode is er nauwelijks mest uitgereden en die is in augustus na de eerste regenbuien uitgereden. Deze mest is op het land gebracht, in de hoop dat we nog één of twee goede grassnedes zouden oogsten in de nazomer’, zegt Gerjan Hilhorst, onderzoeker bij WUR. De droogte bleef aanhouden in de Achterhoek. Dit betekende dat ze op het proefbedrijf in de nazomer weinig hebben kunnen oogsten en laat zijn gestart met stalvoedering. Gras om in te kuilen kwam er niet meer. Dit heeft geleid tot de nodige verliezen binnen de bedrijfskringloop. Het tekort aan ruwvoer is in 2018 is aangevuld met aangelegde voorraden vanuit de afgelopen jaren. ‘De Marke probeert in goede jaren extra voer te winnen voor calamiteiten. We zitten hier natuurlijk op droogtegevoelige zandgrond, waar ook bij normale weersomstandigheden de groei vaak stagneert in de zomer’, merkt Hilhorst op. ‘De eerste en tweede snede zijn voor ons heel belangrijk voor de voedervoorziening’.

Impact droogte 2018 van invloed 2019

De omstandigheden van het afgelopen jaar hebben zeker ook gevolgen voor het nieuwe groeiseizoen op De Marke. Door de extreme droogte met felle zon is op veel percelen de grasmat flink beschadigd. ‘In eerste instantie dachten we dat de grasmat zich nog wel zou herstellen’, merkt Gerjan Hilhorst op. 'Helaas is dat in onze situatie niet aan de orde. Ook in de nazomer, herfst en winter is er niet voldoende water gevallen’, gaat hij verder. Een aantal percelen kampt met een extreme onkruiddruk. Deze percelen worden nu met gewasbeschermingsmiddelen gespoten en moeten worden doorgezaaid. Op een aantal van die percelen is dat ook in het najaar al gebeurd. De extra bewerkingen en de slechte zode gaan ten koste van de gewasopbrengsten in het nieuwe jaar.

Dit artikel is van Wageningen University & Research