Eiwit van eigen land: het begint met het goed benutten van gras

In het westen van Noord-Brabant, in de buurt van Etten-Leur, staat het melkveebedrijf van de familie Buijs. De afgelopen 20 jaar heeft Joris Buijs zich veel beziggehouden met eigen krachtvoerteelt, voornamelijk door zetmeel en eiwit zelf te produceren. “Het is een mooie uitdaging om je koeien melk te laten produceren van producten die je allemaal zelf hebt geteeld. Ik probeer een voorloper te zijn en zo min mogelijk krachtvoer en kunstmest aan te kopen.”

Buijs: “Ik ben altijd aan het pionieren geweest. Vooral om minder afhankelijk te zijn van externe inputs op het bedrijf. Dat betekent werken naar een vruchtbare bodem en teelt van eigen krachtvoer.  De eerste jaren werd ik soms raar aangekeken, nu is het anders door onder andere de visie ‘kringlooplandbouw’ van de minister.” De Brabantse melkveehouder heeft een bedrijf met 120 koeien en ongeveer 80 ha grond in gebruik. Ook doet hij mee aan het Koeien & Kansen project waarin alle bedrijfsprocessen worden doorgelicht.

Eiwit van eigen land
“Met eiwit van eigen land wordt bedoeld dat het eiwit dat je zelf teelt het belangrijkste onderdeel van het rantsoen is. Gras is op de meeste melkveebedrijven de grootste eiwitbron,” licht Gerjan Hilhorst van Proefboerderij de Marke/ Wageningen University toe. “Wil je meer eiwit op eigen land produceren dan is een hoge graslandopbrengst nodig en/of de teelt van andere eiwitrijke gewassen”. Melkveehouder Joris Buijs werkt daarom samen met akkerbouwers in de buurt om zijn eiwit aan te vullen. “Het eiwit dat we missen kunnen we aanvullen met krachtvoer van externe partijen, maar dit wil ik niet. Ik wil het regionaal houden”.

Kennis opdoen
Het bedrijf van de familie Buijs is al circa 20 jaar bezig met pionieren met ‘andere’ voedergewassen. Niet alleen de familie Buijs leert hier van, maar ook de omgeving en adviseurs doen hierbij kennis op. Zo is op 56 kleine demovelden met diverse gewassen getest. De teelt is bekeken en er is gekeken hoe het gewas geconserveerd wordt. Hieruit is de keuze gemaakt om verder te gaan met bonen en erwten. “We kunnen meer land gebruiken, doordat mensen wilden samenwerken. Wij zijn op kleine schaal begonnen met het telen, het uiteindelijke doel is het sluitend maken van de kringloop. 

Eiwitopbrengst en eiwitopname
“Het gaat niet alleen om de opbrengst van eiwit vanaf je grasland, het gaat ook om de eiwitbenutting. Je kan veel eiwit in het voer van je veestapel doen, maar het moet ook benut worden”, voegt Gerjan toe. “Pas dan wordt er minder krachtvoer gevoerd en gaat de eiwitopname naar beneden. En dat is gunstig voor het aandeel eiwit van eigen land”. Op het bedrijf van Joris werken ze dagelijks aan het optimaliseren van de eiwitbenutting: “Waarmee kan de koe het meest? Moeten de bonen geplet, gemalen of vermengd worden met een ander product? Die uitdaging zit er altijd in”.

Grondgebonden advies
De sector wil naar grondgebonden boeren, hiervoor is in 2017 een advies uitgebracht. Gerjan heeft een analyse gemaakt van de deelnemers van de Vruchtbare Kringloop projecten in Oost Nederland. Hieruit blijkt dat de helft van de melkveehouders al aan dit advies voldoet. Dit is inclusief de aankoop van eiwit in de buurt. Een kwart voldoet er bijna aan en kan door het toepassen van kleine maatregelen ook al aan de eis voldoen. “Voor de boeren zijn dit kansen, omdat het mogelijkheden geeft voor een bedrijfsspecifieke aanpak. De belangrijkste maatregel is verlagen van het eiwitniveau in het rantsoen door het krachtvoer te vervangen door goed benutbaar gras. Door het aanpassen van het management kan je al een eind komen.”      

Wat levert het op
“Elk jaar draaien we de KringloopWijzer uit en kijken we naar de knelpunten en de verbeterpunten”, vertelt Buijs. ‘Wanneer je gedwongen wordt om het eiwit van eigen land te optimaliseren, moet je met je bodem en bemesting aan de slag. Dit leidt tot een lagere stikstofbodemoverschot. Bij een lager stikstofbodemoverschot heb je ook minder risico op nitraatuitspoeling”, verklaart Gerjan. Bij het kiezen van maatregelen is het van belang om dat vanuit een integrale benadering te doen waarbij positieve effecten op andere onderdelen worden benut en negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt.

 

Foto Koeien & Kansen